Belastingwetten 2018: heffingskortingen en belastingtarieven

De heffingskortingen en belastingtarieven zijn het terrein van het inkomensbeleid van de Nederlandse overheid. Het inkomensbeleid bestaat voor een deel uit politieke keuzes en een deel om tot een herverdeling van inkomen te komen.

De overheid heeft hiervoor verschillende knoppen om aan te draaien om tot meer of mindere heffing te komen.  Vaak wordt er een aanpassing gedaan op basis van inflatie en soms worden er toch grote stappen gezet. Hieronder een uiteenzetting van de belangrijkste kortingen en de toekomst van elke korting.

Algemene heffingskorting

Deze korting is van toepassing op iedereen met een inkomen. Deze korting was in 2002 een vast bedrag voor EU1.647 per jaar. In 2017 was deze korting maximaal EU2.254 en was de korting bij EU70.000 inkomen nihil.

Deze korting zal in 2021 maximaal EU2.719 zijn en loopt af naar nihil bij EU70.000 inkomen.

Uitbetaling algemene heffingskorting

Deze korting geeft een niet of weinig verdiende belastingplichtige een uitbetaling van deze korting wanneer  de belastingplichtige gedurende 6 maanden in het belastingjaar een fiscaal partner heeft. De uitbetaling aan de minst verdienende belastingplichtige, is deze belastingplichtige geboren na 1963 dan is de korting hetzelfde als de normale algemene heffingskorting. Is de belastingplichtige geboren na 31 december 1962 dan is de korting lager. De korting is voor 2017: EU902 en voor 2018: EU754.

Het is de bedoeling dat deze korting in 2024 verdwijnt.

Arbeidskorting

Dit is een belangrijke knop om werken voordeliger te maken t.o.v. niet werken. De arbeidskorting was in 2002 EU949 en is in 2017 maximaal EU3.223. De korting is inkomensafhankelijk en inkomens van 30.000 euro hadden de hoogste korting.

In 2021 zal de korting max EU3.784 zijn voor inkomens van EU30.000 maar vooral de inkomens van EU40.000 gaan het meest erop vooruit.

Combinatiekorting

Dit is een knop om de combinatie van werk en zorg voor kinderen te belonen. De korting was in 2002 totaal EU196. In 2017 start de korting bij EU1.043 en loopt op naar EU2.778 bij een inkomen van EU33.065.

In 2021 zal de korting maximaal EU2.922 bedragen.

Ouderenkorting

Dit is een knop om ouderen extra te geven, met name bedoeld om lagere inkomens te compenseren. In 2002 was dit 520 plus een aanvullende korting van EU547 voor 65plussers. In 2017 was dit EU1.292 voor AOW gerechtigden (leeftijd) tot EU36.056 en  bij een inkomen van EU36.057 was die korting nog maar EU71.

Vanaf 2019 zal de korting voor de hogere inkomens geleidelijk afnemen in plaats van ineens. Het maximum bedrag aan kortingen tot EU36.500 en dan neemt het af naar nul bij een inkomen vanaf EU47.500.

Belastingtarieven in Box 1

Belastingplan 2001 is gestart met vier tarieven, met de het laagste tarief op 32,35% en de hoogste op 52%. De eerste drie tarieven zijn in feite naar elkaar toe gegroeid. Het laagst tarief is in 2017 36,55% en de tweede en derde schijf is 40,8%.

De schijflengte is toegenomen, zoals is de hoogste schijf van 52% van toepassing in 2001 van toepassing op inkomen boven de EU46.309 euro, in 2017 is dat EU67.072.

De bedoeling is om de vier schijven naar twee schijven terug te brengen, het voorstel is om inkomens tot ongeveer EU68.600 te belasten op 36,93% en daarboven op 49,5%.